SAN’s zonder Fibre Channel ?

SAN’s zonder Fibre Channel is de boodschap van start-ups, zoals Nutanix en Simplivity. Zij zijn hier vroegtijdig op ingesprongen en recentelijk ook gevolgd door EMC met een eigen, unieke hyper-converged oplossing. Gebouwd en ontworpen voor eenvoud, voorziet de EMC VSPEX BLUE-oplossing in een volledig geautomatiseerde configuratie. Onlangs heb ik dit zelf mogen ervaren tijdens het bouwen van een VSPEX BLUE-demo-oplossing. Met een paar minuten en een enkele muisklik werd een volledig redundant high-available, scale-out infrastructuur opgezet. Deze eenvoud vereiste geen compleet IT-team voor de implementatie of het onderhoud. Het was werkelijk storage, compute en netwerk in een ‘box’.

Dat juist nu dit soort oplossingen tractie krijgt in de markt is niet vreemd. De belofte van minder complexiteit, sneller kunnen reageren op een veranderende vraag en omstandigheden, en tegen een lagere prijs maakt dit type oplossingen ideaal voor het midden- en kleinbedrijf, cloud service providers en distributed offices in verschillende markten, zoals de publieke sector, educatie, technologie en zorg.

 

Tijdens het bouwen van de oplossing kwam ik erachter dat een hyper-converged oplossing laagdrempelig is. Het is eenvoudig te implementeren, is schaalbaar, en kan als een prima start fungeren voor een private cloud met integratiemogelijkheden voor een public cloud of een hybride model. Met andere woorden: het maakt IT eenvoudiger, reduceert kosten en biedt snel ‘meer’ voor de eindgebruiker.

Met enige frustratie lees ik wel eens dat het ontbreken van een fibre channel SAN de eenvoud verhoogt en kosten reduceert. Het ontbreken van een fibre channel SAN is honderd procent waar. Tja, daar waar geen kennis zit, is het altijd lastig en complex, en aangezien in de kleinere omgevingen de storage fysiek slechts in de compute nodes zit, is het niet mogelijk om een dedicated fibre channel-netwerk in te zetten. Maar dat een fibre channel SAN duurder zou zijn, is zeker niet waar. De storage-laag is geïntegreerd in de totale oplossing, dat is waar. Maar hij maakt wel degelijk gebruik van een netwerk: het ethernet-netwerk. In plaats van hyper-converged kom ik ook wel eens Server SAN’s als beschrijving tegen, wat een beter beeld geeft dat de FC-poorten verplaatst zijn naar ethernet-poorten. Hiermee is mijn frustratie dan ook meteen ontnomen en het geeft een reëler beeld.

Het storagenetwerk is verplaatst, converged, in het ethernet-netwerk. Dit netwerk moet, in tegenstelling tot het klassieke ethernet-netwerk, wel degelijk beschikken over:

 

  • ware democratie. Elke switch is gelijk aan elke andere switch. De architectuur is plat zonder hiërarchie.
  • gedistribueerde intelligentie. Elke poort is op de hoogte van elke andere poort en dat maakt VM mobility zeer eenvoudig via AMPP.
  • Alle alledaagse taken zijn geautomatiseerd.
  • Continue en automatische loadbalancing van verkeer en self-healing links.
  • Optimale afweging van schaalbaarheid en latency. Links self-forming.

 

Het lijkt er, met andere woorden, op dat juist dit netwerk voor hyper-converged over veel gelijke karakteristieken moet beschikken als een traditioneel FC fabric. Geheel in de verwachting, omdat de applicatie dezelfde eisen en wensen behoudt. De onderliggende infrastructuur mag best anders, zolang de SLA maar geborgd is.

 

Het netwerk voor een hyper-converged oplossing, waarbij ook een mogelijke koppeling naar een public of hybrid cloud mogelijk gemaakt moet worden, speelt eigenlijk een belangrijke rol. Vandaar de verbreding van de toepasbaarheid van dedicated IP-storagenetwerken naar dedicated hyper-converged netwerken; netwerken die verbeterde prestaties, veerkracht en flexibiliteit naar New IP-workloads kunnen brengen.

 

Bedrijven hebben behoefte aan een netwerkarchitectuur met een flexibeler en meer open karakter om daarmee de belofte van het Third Platform-model van IDC in te lossen. De prognose van IDC is dat de capaciteit van IP-storage per jaar met veertig procent toeneemt en meer en meer zal worden ingezet voor intensievere en bedrijfskritischer applicaties. Om aan deze nieuwe ontwikkelingen te kunnen voldoen, overwegen veel bedrijven om dedicated netwerken voor IP-storage in combinatie met hyper-converged in te zetten. Op deze manier is de netwerkinfrastructuur afgestemd op de bedrijfsbehoeften. Kortom, hét fundament voor het datacenter van de toekomst is gelegd.

 

Met mijn achtergrond als ‘storage-dude’ begrijp ik als geen ander dat ‘het netwerk’ altijd een ‘ver-van-mijn-bed-onderwerp’ was. Het aanbieden van een iSCSI- of NAS-oplossing werd afgerond met de vraag naar hoeveel beschikbare GbE-poorten er waren voor deze oplossing.

Tegenwoordig bieden de traditionele storage-vendoren, zoals HDS, Fujitsu en EMC, complete IP storage- en hyper-converged oplossingen aan, maar vergeten vaak te vragen naar de netwerkcomponenten omdat ze dat historisch niet gewend zijn. Echter, het ethernet-netwerk is een geïntegreerd noodzakelijk deel van de oplossing geworden.

 

Door eigen ervaring wijs geworden, begrijp ik nu waarom ons Brocade VCS fabric zo goed aansluit om IT eenvoudiger te maken, kosten te reduceren en sneller de eindklant te kunnen dienen. Net zoals Vspex Blue is met minimale inspanning, drie CLI-commando’s, een VCS fabric geconfigureerd. Een VCS fabric beschikt over kennis van de VM-omgeving en ontneemt complexiteit uit handen van de network administrator, daar waar deze taken geïntegreerd kunnen worden met bijvoorbeeld vCenter.

 

Een nieuwe technologie roept altijd vragen op en misschien wat initiële tegenwerking, totdat de ervaring opgedaan wordt wat de kracht is van zo’n totale oplossing. Ik ben nog niemand tegengekomen die niet enthousiast was over de eenvoud van het Brocade-gedeelte uit de oplossing. VCS fabric is the best of both worlds! Alle goede, voor ‘storage-dudes’ begrijpelijke aspecten vanuit FC zijn geïntegreerd in de VCS fabrics. Misschien is dit wat men altijd beschreef als converged netwerken. Niet een protocol, maar de topologie.

 

Leon van Dongen

Datacenter Sales Engineer, Brocade